Muziektheorie - akkoorden en improviseren

Inleiding

De eerste theorie-gedeelte was enkele weken geleden en hopenlijk hebben jullie je er een beetje mee bezig gehouden. Het tweede deel bouwt erop voort en jullie kunnen het slechts volgen, als jullie het eerste deel hebben begrepen. Bewaart gewoon beide twee delen, dan hebben jullie altijd een fundamentele muziektheorie bij de hand.
Nadat we het over majeurtoonladders, de kwintencirkel en de tonoi hebben gehad, bekijken wij nu de tonen niet achter elkaar in toonladders gespeeld, maar tegelijkertijd:

De akkoorden

Een akkoord bestaat uit ten minste drie tegelijkertijd gespeelde tonen. De eerste noem je grondtoon, de twede terts en de derde kwint. Oeps, dit zijn immers twee verdraaid exotische vaktermen, waarmee we ergens een basis voor kunnen leggen! En hier komen meteen de volgende: De terts bepaalt, wat majeur en wat mineur is - kleine terts = mineurterts, grote terts = majeurterts. Ook dit zijn oude bekenden! Grondtoon en kwint blijven (bijna altijd) gelijk, mineur en majeur wordt (altijd) alléén door de terts bepaald.

Dit valt ook goed af te lezen aan C majeur:



 

...en weer ons buitenbeentje bij de 7e trap van C majeur, die juist geen reine kwint heeft. De reine kwint van B was F#, maar F# komt niet voor in de toonladder van C majeur, dit wordt beneden nog nader uitgelegd.
Uiteraard kun je dit systeem naar de andere toonsorten overdragen (zie kwintencirkel). De volgorde van majeur- en mineurakkoorden blijft steeds dezelfde. Nu zal moeten opvallen dat de volgorde van majeur- en mineurakkoorden precies overeenkomt met de volgorde van majeur- en mineurtoonladders!
Als we de zich vormende akkoorden bekijken, constateren we dat het precies drie majeurakkoorden zijn. Dit is de reden waarom zo veel stukken door drie majeurakkoorden kunnen worden begeleid!
Als er nog meer akkoorden nodig zijn, zijn het heel vaak de akkoorden van de toonladder - dat wil zeggen de akkoorden die je uit de majeurtoonladder kunt bouwen. Gemakshalve spreek je van trappen - de trappen passen ook enigzins bij het woord ladder.
De akkoorden hebben ook een vaste functie. Het valt op dat op bepaalde akkoorden steeds bepaalde andere akkoorden volgen. Zo praat je enerzijds  over de trappen, deze krijgen een romeins cijfer, dat betekent bijvoorbeel in C majeur:



Anderzijds hebben zich bovendien vastgelegde benamingen geëtableerd, waarvan je tenminste de benamingen van de majeurakkoorden van de toonladder zou moeten kennen (geëxponeerd).

Waarvoor is dit goed?

Jullie weten dat ik jazzmusicus ben en ik hoor al het stille verwijt "dit is toch allemaal jazz" - daarbij moet ik opmerken: "dat is onzin!" Wat we tot nu toe hebben besproken is klassieke Europese harmonieleer. Ze vormt de basis voor klassiek, folk, rock, blues, ...en ja, ook jazz. Wie echter geneigd is, om zich iets meer te verdiepen in bijvoorbeeld Johann Sebastian Bach, die gaat snel herkennen dat hij toen al ver boven deze dingen ontstegen is. Kennen jullie de situatie dat jezelf (of en zanger/zangeres) een stuk wilt zingen, maar de originele toonsoort op de lp of cd is te hoog of te laag? Of de trompettist van de band kan niet zo hoog spelen zoals het voorbeeld van de opname, of, of, of...Wie in staat is om een stuk in een andere, betere toonsoort te spelen (dit noem je transponeren), is hierbij gebaat. Elke zanger en iedere instrumantalist kan hierbij oneindig veel profijt voor zichzelf hebben!Bekijken we bijvoorbeeld een vrij simpele blues. De makkelijkste vorm van een blues heft 12 maten. Wij blijven in C majeur.


                                             C / C / C / C /
                                             F / F / C / C /
                                             G / F / C / C (G)


Slechts drie akkoorden (de drie majeurakkoorden van de toonladder) hebben generaties van musici hun leven lang beziggehouden. Van bluesmusicus tot  boogie-pianist, van rock’n roll, soul, funk en gospel, de Beatles tot de rock. Drie sjofele akkoorden!!!

De seven trappen

Ik wil even uitleggen hoe de benamingen voor de akkoorden met de seven trappen tot stand zijn gekomen.
Tonica - vormt de basis, van hieruit begint alles, hier komt alles naartoe terug.
Subdominant parallel - heeft twee tonen met de subdominant gemeen.

Dominant - leidt steeds weer terug naar de tonica.
Tonica parallel - deze mineurakkoord heft twee andere tonen met de tonica gemeen.
Verkort dominant septakkoord - de hierin bevatte tonen komen met de dominant plus septiem overeen. Dit akkoord heeft echter geen grondtoon, daarom verkort.

Dit hoef je niet allemaal te onthouden, maar het is wel goed om te weten hoe de akkoorden samenhangen. Kijken we naar de akkoordverbindingen:

De II - V - I Verbinding in C majeur, dus:

D mineur, G majeur, C majeur

gaan jullie in oneindig veel stukken terugvinden.
Het is helaas niet mogelijk om alle voorbeelden van alle voorkomenden akkoordverbindingen op te noemen. Bach, Bon Jovi, Billy Idol; van Abba tot en met Zappa gaan jullie zelf makkelijk nieuwe verbindingen leren horen, of de hier uitgelegde akkoorden terugvinden.

Nemen wij een andere, heel belangrijke akkoordverbinding, de turnaround - ja de "draai-je-om", omdat je deze oneindig in een cirkel zou kunnen spelen.
Der Turnaround in C-Dur sieht so aus:
a-moll, d-moll, G-Dur, C-Dur
De turnaround in C majeur ziet er als volgt uit:
A mineur, D mineur, G majeur, C majeur
Hij bestaat uit de II-V-I verbinding plus het akkoord van de seste trap, dat wil zeggen:
VI-II-V-I 

Deze akkoordopeenvolging komt in elk soort muziek steevast voor. Deze akkooordopeenvolging zou je oneindig door kunnen spelen, het einde is tevens weer het begin. Alles akkoorden van de toonladder!

Spanning en ontspanning

De akkoorden, waarmee we ons tot nu toe bezig hebben gehouden zijn alleen maar drieklanken. Vaak wordt er aan een akkoord echter nog een vierde toon bijgevoegd, of tonen worden verhoogd of verlaagd om meer spanning te produceren. Alle muziek is een voortdurende wissel tussen spanning en ontspanning. Hieronder volgen de belangrijksten akkoorden en hun symbolen. Gemakshalve blijf ik in C majeur.


C7, de sept- meestaal dominantseptaakkoord. Bij de gewone majeurdrieklank wordt de kleine septiem erbij gevoegd (dus C, E, G, Bes)
C maj,  een majeurakkoord met de grote septiem van de toonladder. Vaak afgebeeld als C gevolgd door een kleine driehoek (C, E, G, B)
C6, een majeurakkoord met grote sext (C, E, G, A)
C+, een majeurakkoord waarbij de kwint met een halve toon is verhoogd - het zogenoemde "overmatige akkoord" (C, E, G#)
Csus, noch majeur- noch mineurakkoord, want het bevat in plaats van een terts een kwart. Het bijvoegsel "sus" komt uit het Engels "suspended fourth". In het Nederlands heet het "voorhoudings-kwart". Dit akkoord heeft een sterke spanning en wil worden opgelost. Op dit "kwart voorhoudingsakkoord" volgt bijna altijd een oplossing in een reine majeurakkoord (C, F, G).

Het half verminderde akkoord

, het half verminderde akkoord. Tot nu toe zijn we erin gelslaagd om deze vreemde gezel te omzeilen. Nu wordt het tijd dat we deze rare snuiter een keertje nader bekijken. Zoals de naam "...verminderd" al zegt, wordt hier een belangrijke functietoon veranderd. Als dit akkoord op de 7e trap van de C majeurtoonladder, B half verminderd, een gewone mineurakkoord was, zou het naast de grondtoon en de mineurterts een reine kwint moeten hebben - dus F# (3 ½ toonafstanden). Omdat F# echter niet bij C majeur hoort, is het in dit akkoord een verminderde kwint (F). Daarom staat in de muzieknoten ook Bmb5 (dat will zeggen: b-mineur-bes-vijf). En hoezoe heet dit akkoord half "verminderd"? Omdat er ook het akkoord B0 (B-nul) of Bdim (Engels: diminished), het verminderde akkoord bestaat (B, D, F Ab). Dit bestaat uit dezelfde tonen als het half verminderde akkoord, het bevat echter als vierde toon bovendien de verminderde kleine septiem (die in feite ook een sext is, die in het verband met de andere tonen van dit akkoord echter heel anders klinkt dan en sext akkoord en daarom ook anders wordt genoemd).

Het verminderde akkoord

Een verminderd akkoord bestaat dus slechts uit op elkaar liggende kleine tertsen. B, D, F, Ab is B verminderd. Draaien we dit akkoord eens om, we zetten dus B naar boven, zodat D onze grondtton wordt! D, F, Ab, B - ook alle op elkaar liggende kleine tertsen. D is echter de nieuwe grondtoon, dus is het nu het akkoord D verminderd. Dit spelletje kunnen we door gaan spelen. F, Ab, B, D is F0, Ab, B, D, F is Ab0. Ik leer dus één akkoord en heb meteen drie anderen erbij geleerd. Wacht eens, er zijn 12 verschillende tonen... als ik dus van dezelfde tonen 4 verschillende akkoorden kan maken, dan zijn er, wat ruimdenkend bekeken, maar 3 verschillende verminderde akkoorden. Dat is echt niet moeilijk, hoor?

Alles, wat ik hier heb opgeschreven baat alleen, wanneer jullie je ermee bezig houden. Je kunt trouwens ook met een blaasinstrument prima de tonen van toonladders en akkoorden achter elkaar spelen ;-) !

Hoe te improviseren?

Jullie denken nu misschien "heel grappig". Er zijn echter zo veel bigbands, school bigbands etc. waar wel eens een solo voor blaasinstrumenten voorkomt. En ik kan niet opsommen, hoe vaak mij  al werd gevraagd, "zeg eens, hoe gaat dat eigenlijk met het improviseren"? Als er in een arrangement een akkoord symbool staat, dan weten jullie nu welke toonladder jullie erover kunnen spelen, of welke akkoord tonen jullie kunnen gebruiken. Uiteraard wordt hier nog geen toehoorder enthousiast van, maar het is het vocabulaire van de enige taal, die op de hele wereld wordt begrepen. Zoals  Stevie Wonder ooit zong "music is a world within itself, with a language we all understand". Leer dus enkele woorden en daarmee deze prachtige taal te spreken. Veel plezier en success ermee!

Jullie



Mike Rafalczyk


    

Als trombonist, bluesharpspeler en zanger tournooien, concerten en studio-opnames met de volgende musici/bands: sinds 1999 permanent lid bij Albie Donnellys "Supercharge", "Champion" Jack Dupree, Peanuts Huckoo ( VS, musicus bij L.Armstrong/Glenn Miller), Ken Colyer ( tp, GB ), Roy Williams ( tb, GB), John Barnes ( sax, GB ), John Crocker ( sax ) en Vic Pitt ( b ), alle twee musici bij Chris Barber, Phillip Catherine ( g, F ), alsmede musicus bij de schouwburgen: Duisburg, Oberhausen, Dortmund en  Wuppertal, bij producties als: "Dreigroschenoper", "Buddy Boldens Blues", "Bugsy Malone", "Girls, Girls, Girls", 10 jaar musicus bij de "Komm´ Mit Mann!s" Festivals in: Dresden, Kempten, Bilbao (E), Eslöv (S), Basel (CH), St. Guermine (F), Copenhagen (DK), Verona (I)