Praktijkgericht oefenen voor koperblazers

Praktijkgericht oefenen: methodiek

Musici en sporters hadden altijd iets gemeen, wanneer het erop aan kwam de eigen vaardigheid en prestatie te vergroten: oefenen en trainen.

De stap voor stap methodisch geïntensiveerde herhaling van de uitvoering van de beweging of van het inbeeldingsvermogen, is het belangrijkste middel, om uitgaand van de basiskennis een verhoogd professioneel niveau te bereiken. Hierbij leert ons geheugen eerst gecontroleerde verlopen, zogenoemde automatismen, te vormen en de inspanning naar de benodigde mate te verlagen.

Maar niet altijd leidt het oefenen tot de gewenste toename van de vaardigheden. Herken je dat niet zelf? Je oefent en oefent, maar nog steeds heb je het gevoel niet vooruit te komen. Dan is het in de laatste instantie nodig, om over zin en bedoeling van de oefening en haar samenstelling na te denken.
Daarbij is het heel makkelijk: waar bevind je je vandaag en waar wil je naartoe?

Wat eisen componisten van hun interpreten?

Wat wordt van een trompettist ofwel musicus over het algemeen geëist en welke eisen stellen componisten aan hun interpreten?

Als wij een klassiek concert spelen is de opbouw heel duidelijk gedefinieerd.

a) snel deel allegro, technisch geverseerd eventueel met toonsprongen en forte

b) langzaam deel andante, rustig, langzaam, grote lijnen

c) snel deel allegro con brio, zoals a) eerste deel

Wij hebben hier met eenvoudige tegenstellingen te maken, waar de moeilijkheid vaak erin ligt, na een hoge en luide passage een langzame plechtige te spelen, wat veel inspanning kost. Daarna heb je vaak problemen weer luid, hoog en technisch te spelen.

Conclusie: Zie af van eenzijdig oefenen. Doe geen te lange, eenzijdige sequenties bij het oefenen maar varieer. De oplossing ligt in de combinatie van tegenstellingen en de onmiddellijke wissel.

Oefening om zekerheid te bereiken: feilloze 1. toon & in piano

Pas jaren later heb ik begrepen, waarin het nut van een oefening van mijn vader lag (toen eerste en solo-trombonist van het Südwestfunk Sinfonieorchester Baden-Baden), om precies dit te oefenen.
Oefening om zekerheid te bereiken: variatie van luid-zacht, hoog-laag, lang-kort. Kies een toon, bijvoorbeeld a klein en speel hem forte en lang, nadat je in gedachte hebt voorgeteld. Dan afzetten. Speel vervolgens een hoge toon, bijvoorbeeld g "˜ "˜ en speel hem in piano en kort. Weer afzetten en pauzeren. Dan bijvoorbeeld een kleine fis, forte en kort. De clou ligt in de variatie van verschillende parameters (piano-forte, kort-lang, hoog-laag). Met deze oefening vergroot je je zekerheid enorm, want je oefent precies datgene, waarmee veel musici problemen hebben.

  1. De feilloze eerste toon, want de grootste hoogte heeft geen nut, als deze niet op tijd kan worden ingezet.
  2. Zekerheid in piano, vooral na van tevoren gespeelde forte.


Voor mij begint hier het zogenoemde intelligent oefenen, want belangrijker dan oefeningen te absolveren is aan de vereisten van het daadwerkelijke musiceren te voldoen.

Thema kracht & ausdauer: een oefening

Thema Kracht: vaak vragen mij musici wanhopig naar oefeningen voor de ausdauer. Vaak woorden hiervoor de spieren van de lippen gemaltraiteerd en mishandeld, omdat men tegen de klippen op kracht wil uitoefenen. Hoewel dit sensitief spierstelsel zorgvuldig en gecontroleerd moet worden opgebouwd. Mijn vader heeft mij geleerd eerst  spierpijn door de lage toonhoogtes te krijgen. Vergelijkbaar met een wielrenner, die zich vooral eerst met een lage versnelling zonder belasting maar met hoge frequentie opwarmt, zou je de lange tonen eerst in een lage toonhoogte aanhouden.  Op deze manier  voorkom je onnodige druk op het mondstuk. In plaats daarvan hou je de aanzet buitengewoon lang in werking volgens het principe: belasting zonder overbelasting.

Hiervoor raad ik je de volgende oefening aan:

Neem en toonreeks, een oefening of liedje, dat niet hoger dan de g’ gaat. Anders octaveer je beter naar beneden.

Het principe:

  1. Uit elke noot, onafhankelijk van de toonwaarde, maak je twee halve een vier kwartnoten.
  2. Niet door de mond maar door de neus ademen. Hierdoor blijft de positie van de lippen steeds bij de lichte "u" en je gaat niet afzetten. Ook niet bij het ademen.
  3. Speel alleen piano.
  4. Tempo heel langzaam kwartnoot = 54

Na enkele minuten voel je de belasting van de lippen, echter zonder grote druk. Eventueel merk je, dat je te vaak in- en uitademt en gaat je hart versneld werken. Dus moet je de ademhaling controleren en optimaliseren. Doe deze oefening slechts om de twee dagen en je gaat voelen, hoe je ausdauer groeit. Later kun je ook de hoge toonhoogtes oefenen.

Trainingshulp: van de "VarioLipTrainer" - (verkoopadres te verkrijgen bij de auteur Andreas Michel)

Dynamische controle: beheersing van het geluidsvolume

Dynamische controle: een basisvoorwaarde voor een goede, interpretatieve presentatie is de beheersing van het geluidsvolume. Hier zijn gelijkmatigheid en tijdelijke dosering vereist. Ik hoor mijn vader nog tegen mij zeggen: "breng eerst een goede crescendo en decrescendo met een goede intonatie en beheersing van de ademhaling tot stand". En het klopt. Leer je longvolume kennen en in te delen. Doe deze oefening met de metronoom, om dezelfde tijdelijke proporties bij het crescendo en decrescendo te bereiken. Het best met  stemapparatuur, om de tuning te controleren. Hiervoor moet de tong bij de decrescendo omlaag gaan, om een stijging van de stemming te vermijden en omgekeerd.  

Bindingen: het klassieke interval van de trompettist is de kwint en de kwart, want veel oefeningen bouwen hierop op voort. Mijn advies: ga snel over naar octaaf- , none- en decimebindingen en leer de samenwerking van de luchtstroom, tongwelving en het gebruik van de ademsteun kennen. Daarom: langzaam en gecontroleerd oefenen. De goede oude Arban-School biedt hiervoor voldoende nootmateriaal.

Laatste tip: vind je eigen weg

Ten slotte adviseer ik je je eigen weg te vinden in plaats van andere musici nauwgezet te proberen te kopiëren; hetzij een collega of de eigen leraar. Ik herinner me, dat mijn vader tot vlak voor een concert oefende om fit te zijn, terwijl ik zelf een dag van tevoren juist iets minder oefen, maar wel 4 tot 5 dagen voor het concert bijzonder intensief.
Stel uit mijn tips een eigen oefen-cocktail samen; want de beste feeling voor jezelf heb je nog steeds zelf.
Veel succes toegewenst en vooral veel plezier met de muziek! 

Mehr informatie over Andreas Michel

Literatuurverwijzingen voor koperblazers

Thompson, James: The buzzing book, Editions BIM
Vizzutti, Allen: An intermediate / advanced book, Alfred Publishing
Damrow, Frits: Fitness for brass, De Haske
Guggenberger, Wolfgang: Basic plus, Rundel
Arban, Jean- Baptiste: Trompetenschule Bd 1-3, Hofmeister
Brandt, Wilhelm: 34 Etüden für Orchestertrompeter, benjamin
Kopprasch, C.: 60 ausgewählte Etüden
Concone, Giuseppe: Lyrical studies, Editions BIM