Registerklank uit één stuk gegoten

Tips en beginselen

Er is geen uniforme registerklank zonder een gemeenschappelijk bewustzijn van het bijeenhoren en zonder dat de spelers met elkaar rekening houden. Het samengaan van de klank, de stijlleer en het tempo lukken  niet, zonder dat je in eerste instantie kritisch tegenover jezelf bent.

Dit klinkt je te filosofisch?

Principieel:
Een orkest is geen platform voor de presentatie van zichzelf, maar een gemeenschappelijk werk, waarbij iedere instrumentalist de anderen moet accepteren.

Jij kunt niet Beethoven 9 spelen  "Alle Menschen werden Brüder" terwijl binnen het orkest de mensen elkaar tegenwerken. Zonder een zekere basisinstelling is een "registerklank als uit één stuk gegoten" niet te bewerkstelligen.

Een homogene gehele klank behoeft geen "cloonachtig  identieke musici of gelijkmakerij" Mijn collega's van het trompet ensemble ARTA spelen trompetten van de meest uiteenlopende types en merken (trompetten met pompventiel en draaiventiel) en toch levert het een volmaakte gehele klank op. Slechts als wij de verscheidenheid van de musici en de klankkarakters accepteren, kan door diversiteit een uniform orkest ontstaan. Dit is zeker een humanistische benadering.

De positie van de registers:

De locale positionering van de registers binnen een orkest kan tot een enorme verandering van de gehele klank leiden. Zeer waarschijnlijk lopen de individuele opvattingen van de ruimtelijke klank en klankkarakters uiteen. Doch alleen door het ruimtelijke oprukken van dynamisch zwakke registers kan de klank naar voren worden gehaald. Hier is creativiteit vereist. Natuurlijk moet bij zo’n beslissing rekening worden gehouden met de architectonische omstandigheden van de ruimte of zaal. Ook de positie van de stemmen is hierbij belangrijk, ga ik bijvoorbeeld de eerste stem van twee verschillende registers samen zetten, waardoor het contact zeker wordt verbeterd?

Afhankelijk van de soort  orkestliteratuur, geven componisten de voorkeur aan parallele stemvoering in verschillende registers. Zo heb je bij blaasorkesten parallelen tussen de registers van de saxofoons, hoorns en tenorhoorns. Een ruimtelijk dicht bij elkaar liggende bezetting is hier logisch. Ook de positie van de hoornspelers moet worden overwogen: spelen zij afhankelijk van de bouwwijze van hun instrument naar het orkest toe of ga ik hen zo zetten, dat de klank naar het publiek wordt geprojecteerd.

Verdeling van de stemmen van het orkest:

De verdubbeling van een stem (bijvoorbeeld bij een symfonie van Bruckner) zorgt vaak voor een aanzienlijke verbetering van de registerklank, omdat de eerste stem al dynamisch wordt ontlast. Een volmaakte registerklank is feitelijk beter dan een eerste blazer op de limiet van zijn prestatievermogen.

Individuele voorwaarden aan de musici:

Het toverwoord is hier "aanpassingsvermogen".
Uiteraard moet het technische vermogen overeenkomen met de compositorische vereisten. Het geheel kan alleen zo sterk zijn als zijn zwakste leden. Derhalve is het resultaat een compromis uit alle capaciteiten.
De voorwaarde is de controle over de tijdelijke (ritme, tempo) kwaliteit en de klank van de tonen. Afhankelijk van de literatuur, moet de klank groot en rond worden geïnterpreteerd, bijvoorbeeld bij een belcanto-stijl met zachte melodieën. Of bij een virtuoos werk waarbij de klank slank en technisch moet zijn. Juist bij blazers kan de klank over de mondholte heel variabel worden gevormd.  

De ritmische presentie van bijvoorbeeld de puntering moet kloppen binnen een register. De leider van het register moet hierbij vooral op de synchronisatie letten. Het is duidelijk dat de puntering in de "Egerländer stijl" nooit identiek is aan de puntering van een symfonisch werk. Dit is afhankelijk van de stijl.
De beste registerklank wordt door chaotische ritmiek volledig verstoord.

Oefeningen om de "bewustheid van het register" te bevorderen

1. "Akkoordwerker"
Zonder akkoorden te spelen gaat het niet, dit geldt zowel voor de basispositie als voor de omkering. Het behandelen van elementaire kennis is absoluut noodzakelijk.

2. Leren luisteren:
Niet iederen heeft van nature de gave de perfecte stemming te horen. Maar je kunt het tot op  zekere hoogte leren.
Tip: neem een interval en laat de intonatie van de onderstem met opzet afvallen (omlaag gaan) of stijgen. Dit gaat het best met pure intervallen. Op den duur krijgen ongeoefende collega’s een gevoel voor de stemming, want zonder intonatie is er geen gehele klank.

Voorbeeld:

3. Belangrijke en minder belangrijke tonen:
Soms is minder "meer":
Bijvoorbeeld bij het uitstemmen van een akkoord in de basisstemming moeten de basisklank, de terts en dan de kwint om de beurt dynamisch worden benadrukt, om de verandering qua klank van het akkoord waar te nemen. Het resultaat is meer transparantie van het akkoord en de gehele klank.

Voorbeeld:

 

4. Veranderingen van de klank repeteren:
Veranderingen van het karakter van een register bij het vasthouden van een akkoord, bevorderen het vermogen om beter op de vereisten van een werk qua klank te kunnen ingaan.

Repetitie

Zonder dynamische verandering een akkoord van een romantisch timbre naar een harde, felle veranderen. De leider van het register kan dit met een geste bij het dirigeren ondersteunen.

5. Beginsel: de verandering van afzonderlijke parameters mag andere criteria niet automatisch beïnvloeden.
Onafhankelijkheid van het klankkarakter van de lengte van de toon:
Repeteer de akkoorden van een register eerst met lange tonen. Bepaal de karakteristiek, bijvoorbeeld rond en vol. Speel dan het akkoord kort. De klank mag niet veranderen. Piano betekent niet automatisch zachtjes, maar slechts niet hard. Forte betekent niet automatisch agressief.
Hetzelfde geldt ook voor Crescendo/Decrescendo.

Het belangrijkste is altijd het gemeenschappelijk werken aan het geheel.
Dus wel een beetje filosofisch, of niet?

Nou, nu veel plezier en succes toegewenst!


Andreas Michel

Mehr informatie over Andreas Michel